Gebruik van Cookies

Deze website maakt gebruik van cookies. Bij optimaal gebruik van deze website stemt u toe met de inzet hiervan. Verdere details vindt u hier.

Textielhygiëne in voedingsproductiebedrijven: werkkleding regelmatig vervangen

De werkkleding die medewerkers bij de productie van levensmiddelen dragen, moet schoon zijn. Dat is zowel uit hygiënische als uit optische overwegingen belangrijk. Vraag is alleen, hoe vaak moeten shirts en broeken vervangen worden? De norm DIN 10524 geeft richtlijnen op vlak van hygiëne, afhankelijk van de verschillende activiteiten in de sector.

“Wie het als zaakvoerder, bedrijfsleider of afdelingsverantwoordelijke in de voedingsproductie ernstig meent met het thema textielhygiëne, vindt in de DIN-voorschriften over wisselcycli van werkkleding een goede richtlijn,” zegt Danny Vermeir, hoofd milieu- en procestechniek bij MEWA in Binche.

MEWA textielmanagement rust ondernemingen die voedingsmiddelen produceren, verwerken of verkopen, uit met werkkleding voor medewerkers. De textieldienstverlener neemt bovendien het onderhoud van de hygiënekleding over, geheel conform internationaal geldende hygiënenormen. DIN 10524 onderscheidt daarbij drie verschillende risicoklassen, afhankelijk van de activiteit die een werknemer in de sector uitoefent:

  • Risicoklasse 1 – voor wie met levensmiddelen in aanraking komt die beschermd zijn door hun verpakking of die later door de producent of verbruiker verder verwerkt worden, bijvoorbeeld fruit, groenten en diepgevroren producten. Hier volstaat een wekelijkse wissel van de werkkleding, tenzij deze eerder vervuild is.
  • Risicoklassen 2 en 3 – de richtlijnen zijn strenger voor wie werkt met onverpakte, bederfelijke voedingsmiddelen. Daarom moeten werknemers hier dagelijks schone werkkleding aantrekken en bij vervuiling zelfs meermaals per dag.

Voldoen aan de vereisten van DIN 10524 kan enkel wanneer voldoende uitrustingen voorradig zijn, uiteraard in het bedrijf zelf. Medewerkers moeten zich op het werk omkleden en niet bij hen thuis. De norm waarschuwt bovendien voor zogenaamde kruiscontaminatie van schone met reeds gedragen en dus vervuilde werkkleding. Beide moeten gescheiden van elkaar bewaard worden. 
Danny Vermeir: “MEWA biedt zijn klanten een speciaal systeem met wasgoedkasten aan. Elke medewerker heeft in zijn eigen kast een afsluitbaar vak voor zijn schone broeken, kielen of shirts. De gebruikte werkkleding wordt in een hygiënisch afgescheiden verzamelvak voor vuile was geworpen om op een afgesproken termijn en tijdstip opgehaald te worden door de MEWA-servicechauffeur.”

Meer over MEWA textielhygiëne

hun contactpersoon

Betty De Boeck

VPR Consult bvba

Jagersdreef 2

9100 Sint-Niklaas